Het zuiden van de huidige provincie Limburg was in de 18e eeuw een staatkundig versnipperd gebied. Het bestond uit drie landjes die deels tot de Nederlandse republiek en deels tot Oostenrijk behoorden. Vanaf het jaar 1734 vonden overvallen met diefstallen uit kerken en grote boerderijen plaats, toegeschreven aan een grote goddeloze bende: de Bokkerijders!
Hebzucht, armoede, maar ook revolutionair gedachtegoed worden als mogelijke oorzaken voor het ontstaan van de bende genoemd.